In den beginne – over de toekomst van de beschaving (2)

In mijn posting van 30 sep. schreef ik er al over, maar nu ik het zelf helemaal gelezen heb, vind ik het een bijzonder, een uniek werk. Het is wat mij betreft een zeer geslaagde poging in een dialoog langs een aantal smaakmakers in ons land het Rijnlandse model te hertalen naar deze en de toekomstige tijd ! Hun uitgangspunt is dat de tegenstelling tussen Angelsaksisch en Rijnlands model het cruciale spanningsveld van onze tijd is !

De schrijvers zijn langs geweest bij:
1. Paul Schnabel, Sociaal Cultureel Planbureau
2. Paul Frissen, bestuurskundige
3. Wim van der Donk, Commissaris der Koningin in Brabant
4. Peter Elverding, ex CEO van DSM
5. Piet van Schijndel, ex Lid van Bestuur Rabobank
6. Ton en Ronald Goedmakers, van Vebego, met Hago Next enzo
7. Rene van der Linden, ex Vz van de Raad van Europa, nu voorzitter Eerste Kamer
8. Steve Stevaert, ex burgemeester van Hasselt, nu Minister van Staat in Belgie
9. Job Cohen, ex burgemeester van Amsterdam, nu Pvda fractie voorzitter Tweede Kamer

Het mooiste vind ik de introductie van de lege plek van de macht, niet echt nieuw, begrijp ik, maar voor mij wel: In voorrepublikeinse tijden werd de zetel van de macht ingenomen door personen van vlees en bloed die hun macht  -naar men aannam- ontleenden aan God. De moderniteit was echter veroordeeld tot een worsteling met de vraag naar de fundering van macht in een stelsel zonder absolute heerschappij. Want waar ontleen je je macht aan als een hogere macht door revolutie en wetenschap van het toneel zijn verwijderd? Tegen deze achtergrond ontstond het denkbeeld van macht als een onbezette plek, een leeg centrum als spil van een machtsevenwicht dat ontstaat door macht tegenover macht te plaatsen. De macht uit de verticale dimensie werd vervangen door macht als een balans op het horizontale vlak: macht als (democratische) resultante van strijdende en debatterende partijen, individuen en belangen.

Als de lege plek van de macht érgens mee is te vullen of te bezetten, dan met Rijnlandse waarden. Niet om de plek daarmee van zijn leegheid te ontdoen. Maar om haar te zien en te waarderen als een verschijnpunt van waarden waarmee in zekere zin allles begint, steeds opniew en steeds vanouds.

Dit beeld van de lege plek als verschijnpunt van Rijnlandse waarden is op vele manieren te verdiepen en te vermenselijken. De schrijvers schetsen 9 mogelijke aanvliegroutes:
1. Route van het debat
2. Route van de sprong
3, Route van het oefenen
4. Route van het inzicht in de gedeelde wortel
5. Route van het pharmakon
6. Route van de nataliteit
7. Route van de verwondering en van de nieuwsgierigheid
8. Route van het confiteor
9. Route van de zon.

De schrijvers schetsen een eventuele compositie van een Rijnlands kompas: ringen (van binnen naar buiten), die te projecteren zijn op:
– een metafysische horizontale as van onze bestemming (waar gaan wij naar toe) en
– een relationele verticale as van onze relaties met de ander en een eventuele hogere instantie (wie zijn wij):
1. Leegte
2. Ring van waarden
3. Ring van domeinen
4. Ring van instituties
5. Ring van vitalisering
6. Ring van verhalen
7. Ring van het wijze navigeren
8. Ring van de onzekere toekomst.

De Slotdialoog begint met een zeer fraai citaat van Plato uit zijn verdediging van Socrates (het blijft wat mij betreft ongelofelijk dat dit soort dingen heel vroeger al zo goed gezegd werden): Ik houd iedereen voor dat geld geen ontwikkeling met zich mee brengt, maar ontwikkeling wel geld en alles waarmee individu en samenleving verder zijn gebaat.

De Slotdialoog komt uit op een 7-tal uitgangspunten:
1. Oefenen van waarden
2. Disciplineren van waarden
3. Aandacht voor geschiedenis en filosofie, onze wortels
4. Internationale dialoog over zingeving, incl. de Sociale Markteconomie
5. Disciplineren van de beurs
6. Inzetten van schoonheid
7. Focus op de liefde voor het vak.

Twee kritische punten van mijn kant:
– Het begin van het Rijnlandse model wordt (in navolging van Michel Albert in zijn Kapitalisme tegenover Kapitalisme in 1991 !) gelegd bij het Godesberger Programm van de SPD in 1959. Plickert leerde ons dat het begin eerder en elders is, bij Ropke c.s. en Ludwig Erhard, direct na WO II
– Jammer en onterecht dat Paul Schnabel het Rijnlandse model als een van de 3 mogelijke verzorgingsstaten neerzet. Terecht merkt hij later op: Als je kijkt naar de oudste documenten uit de jaren veertig en vijftig, dan is het uitgangspunt altijd dat mensen er alles aan gedaan hebben om hun eigen inkomen te verwerven alvorens een beroep te doen op voorzieningen en uitkeringen. Dit verwijst naar standpunten van de ordoliberalen, die Plickert ons leerde en waar volgens Plickert het Rijnlandse model echt begint …

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *