Goede bedoelingen

Een aantal van ons spraken vorige week het (sinds een half jaar) CDA-kamerlid Hein Pieper, theoloog, kenner van het Katholieke sociale denken, nu o.a. woordvoerder van het CDA op het gebied van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu.

2 mooie stukken uit een boeiende mailwisseling die daarna ontstond:

RIJNLANDS MANAGEMENT – GEEN ORGANISATIE
 

Naar aanleiding van de tekst van Marlies, met dank voor dit bericht. Ik kan het niet laten de draad nog wat verder te spinnen. Met Marlies geloof ik niet dat de oplossing in de instituties ligt, sterker nog we zien dat het probleem in de overmatige institutionalisering ligt. Maar waarom hebben we het dan over Rijnlands organiseren?  

Als Rijnlandse veldwerkers gaan we voor hulp aan de gemeenschap. Een oer-Rijnlandse mentaliteit die zo ver terug gaat als de 14e eeuw toen de professionele  hierarchische orde al door Rijnlandse lekenbroeders werd betwist. Hierarchie was toen nog geen systeem. Toen ging het al wel over de vraag of leken de regie mochten overnemen, ofwel tussen professionele goede wil en de goedwillende leek. Het vervelende is dat die goedwillende professional van nu een onderdeel van een contract gestuurd systeem is dat wereldwijd machine-mediaal de orde bewaakt, terwijl de goedwillende leek in Leiden de keuken van autistische jongeren sopt. Het klemmende van het probleem is ook dat onze ‘systeem’ leiders geen enkel ander belang hebben dan dit ‘samen’ als beleid te propageren, dat onze marktleiders dit ‘samen’ vervolgens interesseert wanneer ze het zwakke punt van de gevoelige community vinden, en dat het samen van de buurvrouw alleen een kans heeft onder de voorwaarde dat het onzichtbaar blijft.  

Ofwel, een organisatie samen maken gaat niet, je kunt alleen zodanig georganiseerd zijn dat je door de omstandigheden niet wordt gedwongen je naasten te verraden. Ofwel, organisatie helpt zelf niet, maar het helpt jou aan de ruimte om te helpen. Vandaar de enorme aandacht voor zelforganisatie, die echter vooral leidt tot een vloed van bedrijfjes die daar cursussen in geven, en waarin de goedwillenden het altijd weer verliezen van degenen met de goede wil om het systeem te benutten. Dat is een wetmatigheid die optreedt zodra je aan het organiseren slaat. Om die reden vind ik Rijnlands management provocatiever dan Rijnlands organiseren.  

Management betreft niet de structuur maar de persoon. Oorspronkelijk is de manager de wagenmenner, degene die(Romeins: manu-agure)de hand aan de teugels legt, richting geeft, zonder gebruik van structuren. Het Duitse woord Fuehrer wilde Hitler al uit de woordenboeken hebben, omdat hij het voor zich persoonlijk wilde reserveren. Maar dat lukte niet, omdat iedereen gewoon over Wagenfuehrer bleef spreken. Het woord verdween pas toen het na de oorlog door het woord management werd vervangen. Dat was geen opdracht van hoger hand, maar iedereen zag dat daar de nieuwe kansen lagen. Ordoliberalisme of niet. Net als in de 80e jarige oorlog ‘je maintiendrai’, ik zal zelf handhaven betekende, en niet ‘ik zal jou handhaven’.   

Om een ander te handhaven moest eerst de liberale markteconomie uitgevonden worden, na de oorlog en na de val van de muur, uitmondend in het monstrum van de verzorgingsstaat. In feite een industriepolitieke markt met een nieuwe vijand die met shockwaves uit zijn hol moet worden gerookt: de burgerconsument. Een ander handhaven gaat dan vanzelf wanneer je iets in de markt begint te organiseren en als hulp aan te bieden. Opeens ontdek je dan dat je zelf managementproblemen hebt. Maar het team(Eng. voor paardenspan) waar we dan opletten zijn niet onze naasten, maar onze financiers. Het brengt ons, als managers, worstelend met ons eigen Rijnlandse bestaan, voor duivelse dilemma’s. Plato’s wagenmenner in zijn dialoog over eros, het romeinse Manu-agure, het Rijnlandse ‘je maintiendrai’, De Duitse ‘Fuehrer’, het Anglo-Amerikaanse management, vormen een draad in ons denken. Een draad waarvan we niet weten of het Ariadnes gouden draad, of de lont in een kruitvat is.  

Ook als we nu Plato’s wagenmenner als intensieve menshouderij zien, met zijn allen drijven we toch nog op het zelfde sociaal contract met de wagenmenner, een contract dat een institutionele vrede van mensenrechten waarborgt, een waarborg die aan de top vruchten afwerpt die echter de bodem niet bereiken. Rijnlands management is daarom geen menslievendheid, geen keuze voor de stakeholder, maar gewoon de bereidheid zich door het duister van de instituties heen te worstelen, zonder zijn wortels te vergeten. Gewoon door de luchtweerstand zo te organiseren dat de vruchten de bodem kunnen bereiken. Deze weg verloopt niet alleen door de politieke instituties maar door het instituut van de managementtaal die we zelf spreken. Een taal die het weigert nog langer vruchten af te werpen. Welke taal spreken we, in gesprekken met autisten, buren, klanten en politici, waar elk uurtje soms geen factuurtje is? In die gesprekken zul je met wat je er van begrijpt moeten omgaan, richting nemen en geven, vaak door positie in te nemen, maar vooral niet voortijdig de instituties binnen lopen. Wie organiseert moet regels maken. Maar gesprek, dat is een zaak van Rijnlands management. Vruchten kunnen dan ook een andere vorm dan die van een euro hebben. Rijnlands management is het spreken van ‘ons’ als manager, ‘iemand’ die bereid is naar zijn eigen woorden te luisteren als naar de woorden van een vreemd instituut. Daar ligt onze duurzame verantwoordelijkheid voor verandering.  

Enfin, ik had niet de illusie veel nieuws te vertellen, zie het maar als een ongeremde illustratie op Marlies’ opmerking dat goede bedoelingen niet werken. Maar let wel, met (goede) bedoelingen werken, dat heet ‘organiseren’ . Management daarentegen heeft geen vooraf gestelde openbare goede doelen. Dat gaat voor zijn eigen community, in Rijnlandse dorpen, of in de DSB-bank. Rijnlands genoeg, aan gene zijde van goed en kwaad, wanneer we bedenken dat het ‘goede’ van de Anglo-Amerikaans controlerende instituties ons omgeven als vissen de zee.  

Hartelijke groet, Peter Vijgeboom

From: Marlies Bosker Sent: Thursday, December 03, 2009 1:46 AM To: ‘Peter Vijgeboom’ ; ‘Evers, Sjaak’ ; ‘Fam. Evers’ ; ‘Mathijsen, Bas’ ; ‘Aken, Teun van’ ; [email protected], Poul’ ; ‘Brouwer, Jaap Jan’ ; ‘Corver, Thomas’ ; [email protected], Henk’ ; [email protected], Nol’ ; ‘Krikke, Koen’ ; ‘Lammers, Johan’ ; ‘Leeuwen, Jerry van’ ; ‘Lommerse, Rob’ ; ‘moerman, jurgen’ ; ‘Moerman, Piet’ ; [email protected], Jaap’ ; ‘Rauch, Henri’ ; ‘Slaats, Hans’ ; [email protected], Herman’ ; ‘Swinkels, Martin’ ; ‘Vink, Jefke’ ; ‘Voorhaar, [email protected] ; ‘Vos, Hans’ ; ‘Voskuilen, Gerard’ ; ‘Waltman, Hans’ ; [email protected], Mathieu’ ; ‘Woezik, Bertil van’ Subject: RE: [SPAM]Kort verslag van (te) kort gesprek met Hein Pieper: Di. 1 dec 17h00-18h00

Mede Rijnlanders,

Weer een prachtig stuk van Hein Pieper, en inderdaad jammer dat hij nu zijn aandacht op VROM vraagstukken moet richten. Het mooie daarvan is dat het wel om inrichting van ruimte gaat en om het milieu waarin we leven, een infra-structuur voor de toekomst. Hopelijk met aandacht voor het Rijnlandse.

Wat ik prachtig vind is dat de kracht van het Rijnlandse in de mensen zelf zit, in het medemenselijke, in het samen oppakken, samen de verantwoording nemen. Niet kijkend naar instituties die hun werk niet goed doen, maar om je heen kijken wat jij kan bijdragen. Een samenleving, een organisatie maak je samen. En niet bedacht in achterkamertjes.

Ik zou juist geen politieke duw richting wat dan ook van instituten willen geven. We kunnen tegendruk geven (dat wordt vechten) of blootleggen waar het in essentie over gaat.

Jeugdzorg – handhaving – sociale zekerheid ….etc  ontspoort voor mij in eerste instantie in de eigen sociale omgeving. Die trekken de handen er van af en droppen alles bij Bureau-jeugdzorg , politie, gemeente of wat voor instituties dan ook. Wij willen ons niet ongemakkelijk voelen als er iets mis gaat. Heerlijk om dan de verantwoording elders te leggen. Wie kijkt er nog naar het buurmeisje dat even niet zo lekker in d’r vel zit? Waar kan een  kind naar toe als het thuis of op school even minder gaat? Wie grijpt er nog in als iemand rotzooi trapt? Durven we ook nog te kijken waarom iemand rotzooi trapt? En wat hij eigenlijk mist? Papa en mama moeten allebei werken voor de hypotheek en nieuwe keuken. En dat is bij de buren al net zo. Want alles wat we doen, moet worden betaald. Zelfs het opvangen van elkaars kinderen laten we via Gastouderregelingen uitkeren.

Daar waar aandacht en vertrouwen ontbreekt, worden oplossingen bedacht in regels, instituten en stafafdelingen. Met het bedenken van elkaars oplossingen, regels en protocollen, vinklijsten en controle, verdwijnt de aandacht van waar het eigenlijk over gaat. Deze goede bedoelingen werken helaas niet is mijn overtuiging. Ik kijk graag wat we kunnen doen zodat al die regels, instituten, die stafafdelingen minder nodig zijn. Dat we bouwen aan een samenleving en organisaties met tijd en aandacht voor elkaar.

Met eigen Rijnlands hart groet

Marlies Bosker

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *