Uit het FD van gisteren, twee artikelen:

Maak Europese nv Rijnlands

 

Medezeggenschap als alternatief voor aandeelhoudersmacht komt niet uit de verf

 

Ieke van den Burg en Jan Cremers

 

Er is alle aanleiding om het fundamentele uitgangspunt van het Angelsaksische model, waarbij aandeelhouders alle macht hebben, ter discussie te stellen. Onder het motto ‘wie betaalt, bepaalt’ claimen zij het alleenrecht over alle strategische beslissingen met als ultieme vorm van ‘aandeelhoudersdemocratie’ het principe van one-share-one-vote. Dit vormt een bedreiging, omdat de jacht op hoge dagkoersen vaak niet overeenkomt met of zelfs haaks staat op de langetermijnstrategie van een onderneming.
       Het enkel wijzen van aandeelhouders op hun verantwoordelijkheid is onvoldoende. Verdergaande maatregelen zijn nodig om het evenwicht tussen de verschillende belanghebbenden in een onderneming (aandeelhouders, bestuur en werknemers) — het zogenaamde Rijnlandse model — opnieuw centraal te stellen. Er moet nagedacht worden over structurele maatregelen die de ruimte van kortetermijnaandeelhouders beperken (short selling) en die langetermijnfocus belonen. Dit laatste zou bijvoorbeeld kunnen door een systeem waarbij langetermijnaandeelhouders meer stemrecht krijgen.
       Een nog weinig in de discussies gehoord element is de invloed van werknemers op het hoogste niveau van de strategische beslissingen. Nationale medezeggenschapsarrangementen schieten in de internationale bedrijfsstructuren van tegenwoordig te kort. Multinationals opereren wereldwijd en hebben internationale aandeelhouders. De medezeggenschap die bij het Rijnlandse model hoort, houdt daarmee geen gelijke tred.
       Uitspraken van het Europees Hof van Justitie en zorgwekkende voornemens van de Europese Commissie ondermijnen de koppeling tussen het land van oorsprong en de plek waar wordt gewerkt. Dit opent de deur voor postbusconstructies en registratietrucs waarmee multinationals zich daar kunnen registeren waar de minste medezeggenschapsregelingen zijn. Dit kan leiden tot een absolute ‘race to the bottom’, waarbij alleen nog de wet van de jungle geldt.
       Een dergelijk perspectief zou kunnen betekenen dat ondernemingen wegtrekken en dat Nederland niet alleen vennootschapsbelastinginkomsten misloopt, maar dat daarenboven fundamentele werknemersrechten op het spel worden gezet.
       Voor Europese naamloze vennootschappen zijn ingewikkelde medezeggenschapsprocedures opgezet met als doel het behoud van nationaal verworven rechten. Ook bij het voorstel voor een Europese besloten vennootschap, dat deze week in Straatsburg op de agenda van het Europees Parlement stond, was het regelen van de medezeggenschap opnieuw een struikelblok.
       Er zijn grote nationale verschillen over de kwestie wanneer onderhandelingen binnen ondernemingen over werknemersvertegenwoordigingen in het bedrijfsbestuur moeten starten. In Zweden is dat vanaf 25 en in Duitsland vanaf 500 werknemers.
       Het voorstel beoogt de positie van het midden-en kleinbedrijf op de interne markt te verbeteren, maar opent ook voor grote ondernemingen de deur om een Europese bv op te richten en mogelijk nationale voorwaarden te omzeilen. Gelukkig steunt een meerderheid van het Europees Parlement deze Europese bv met dezelfde waarborgen als de Europese nv.

       Daarnaast hebben we een oproep voorbereid aan de Europese Commissie om een consultatie te starten met de sociale partners over medezeggenschapsrechten binnen de interne markt. Zowel op het gebied van Europese ondernemingsraden als werknemersvertegenwoordiging op het hoogste niveau van raden van commissarissen en non-executive directors moet de Europese wetgeving en praktijk echt ambitieuzer.
       Steeds meer beslissingen in ondernemingen vinden plaats in anonieme hoofdkantoren waarbij nationale ondernemingsraden onvoldoende controle kunnen uitoefenen. Europese ondernemingsraden moeten op het niveau van het centrale management kunnen acteren om zo het gebrek aan inspraak voor een gedeelte te vereffenen. Ook dienen ondernemingsraden een instemmingsrecht te krijgen bij alle fusies en overnames. Op die manier worden ondernemingen en werknemers beschermd tegen mogelijk vijandelijke overnames door private equity.
       In de jaren negentig pleitte een expertgroep onder leiding van de Belgische topondernemer Etienne Davignon al voor een standaardprocedure waarbij 2/5 van de bestuurders in een Angelsaksisch geïntegreerd bestuur, ‘one-tier board’, gekozen wordt door de werknemers. Bij een ‘two-tier board’ zou 2/5 van de zetels in de raden van commissarissen moeten worden benoemd of voorgedragen door de werknemers.
       Deze standaardprocedure zou wat ons betreft nog steeds een ideaal model zijn, voor alle Europese grensoverschrijdende ondernemingen moeten gelden en negatieve concurrentie tussen lidstaten op medezeggenschapregelingen tegen kunnen gaan.
       Het Rijnlandse model hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden, maar het dient wel geactualiseerd en geactiveerd te worden. Europese samenwerking is noodzakelijk om de lacunes die het huidige model kent te dichten. Zo kan het kortetermijnaandeelhouderschap een tegenwicht geboden worden, noodzakelijk voor duurzaam en sociaal verantwoord ondernemen.

 

Ieke van den Burg en Jan Cremers zijn lid van het Europees Parlement voor de PvdA.

 

Ook Jack Welch hangt nu het Rijnlandse model aan

 

Van onze redacteur

 

Amsterdam

Jack Welch, voormalig topman van het Amerikaanse conglomeraat General Electric en algemeen beschouwd als de grote voorvechter van aandeelhouderswaarde, is altijd verkeerd begrepen.
       In een groot interview met de Financial Times noemt hij het een ‘stom idee’ dat bestuurders van bedrijven zoveel aandacht schenken aan het halen van kwartaal-en koerswinsten. ‘Als je het goed beschouwt, is aandeelhouderswaarde het stomste begrip ter wereld. Aandeelhouderswaarde is een resultaat, geen strategie. Je voornaamste aandachtsgebieden zijn je werknemers, je klanten en je producten’, zo verklaart hij.
       Welch is niet de eerste hoofdrolspeler uit het voorbije tijdperk van ongebreidelde liberalisering die zijn inzichten herijkt in het licht van de kredietcrisis. Eerder gaf Alan Greenspan te kennen dat het een fout was om het toezicht op de financiële markten te verminderen. De voormalige voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken zei nauwelijks te kunnen bevatten dat de banken niet uit eigen beweging de belangen van hun aandeelhouders in het oog hebben gehouden.
       Zonder zelf het boetekleed aan te trekken, verklaarde oud-minister en oud-bankier Onno Ruding ‘geschrokken’ te zijn van het gebrek aan inzicht en de lichtzinnigheid van zijn oud-collega’s in het bankwezen.

 

       Welch wordt sterk geassocieerd met de opkomst van aandeelhouderswaarde als belangrijkste doel van een onderneming. In 1981, kort na zijn aantreden als topman van GE, brak hij in een beroemd geworden toespraak een lans voor het opknippen en verkopen van slecht presterende bedrijven en het snoeien in de kosten om de winsten sneller te laten groeien dan de economie.
       Maar volgens Welch heeft hij nooit willen suggereren dat het opdrijven van de beurskoers het voornaamste doel hoort te zijn van bedrijfsbestuurders

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *