Angelsaksisch humanisme versus Rijnlands humanisme? Aanzet voor een dialoog

In "Manager & Literatuur", nr. 13.1 van februari 2007 staat een interview van Annegreet van Bergen met Joep Schrijvers. Joep wordt geïnterviewd in verband met het verschijnen van zijn nieuwe boek",  Joep Schrijvers: "Het wilde vlees: de tomtomisering van de passionele mens" (Scriptum, Schiedam, 2006). Het boek is een kritiek op de ‘neologistieke orde’, waardoor "standaardisatie, ketenvorming, en monitoring" in steeds meer levensgebieden is doorgedrongen.
We weten dat Joep een groot aanhanger is van de Rijnlandse gedachte. In het interview komt dit op een gegeven moment ook naar voren. Hij legt uit waarom hij ontslag genomen heeft bij De Baak, waar hij tot voor kort werkte. Een reden was dat hij zich volledig aan het schrijven wilde gaan wijden. Maar er was ook een tweede argument: "Ook zijn we inhoudelijk uit elkaar gegroeid. De Baak is meer geöriënteerd op het Angelsaksisch humanisme: we hebben een doel, we hebben inspiratie, we hebben bezieling en we gaan ervoor! Een beetje van het halleluja optimisme. Ik ben meer van het Europees humanisme, dat meer oog heeft voor het tragische en het gebeuren. Dat het belang van toewijding erkent, van vakmanschap. Meer het Rijnlandse model. Beide modellen hebben recht van bestaan. Maar ik wil Heidegger lezen, me in het exisentialisme verdiepen. Ik ben met andere thematieken bezig."
Joep introduceert dus de begrippen "Angelsaksisch humanisme" en "Europees humanisme", het Rijnlands denken. Is de introductie van het begrip "humanisme" een verrijking van ons begrippenpaar Rijnlands model en Angelsaksisch model? Spelen inspiratie en bezieling geen of een ondergeschikte rol binnen het Rijnlandse model? Zijn vakmanschap en toewijding de belangrijkste kenmerken van het Rijnlandse model?
Laat je opvatting eens horen.

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Martin Swinkels schreef:

    Wat betreft de link met humanisme: boeiend onderwerp, maar vergt wat denkwerk om er iets zinnigs over te zeggen. (Wil eerst het boek van Joep eens lezen.)

    Vakmanschap en toewijding zijn beslist kernbegrippen uit het Rijnlands model. Ze liggen zo dicht bij elkaar dat je ze bijna als één kunt zien. Ik neig er naar om ze inderdaad hoog op het lijstje met kenmerken te zetten. Maar één van de mooie dingen aan het Rijnlands model is nu juist dat het niet monomaan en simplistisch is. De zoektocht naar één of enkele centrale waarde(n) is bijna per definitie on-Rijnlands. Laat het maar aan de Angelsaksen over om enkelvoudige doelen (zoals aandeelhouderswaarde) te definiëren. Een Rijnlander is een jongleur die veel ballen tegelijk in de lucht kan houden. Een Angelsaks is eerder een kogelstoter die één bal zo ver mogelijk wegslingert. Ik kan wel leven met een wat langer lijstje met belangrijke kenmerken van het Rijnlands model.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *